Doetie Trinks over lam-bij-mam

Doetie Trinks runt in het Friese Aldwâld de biologisch-dynamische geitenboerderij Doetie’s Geiten. Tussen de houtwallen van de Noardlike Fryske Wâlden grazen het hele jaar rond zo’n 70 gehoornde Toggenburger geiten op ruim 10 hectare kruidenrijk grasland. Ze melkt één keer per dag en verwerkt alle melk dagelijks zelf, met de hand, tot rauwmelkse kaas – die ook in sterrenrestaurants terechtkomt. De lammetjes – geitjes én bokjes – blijven bij hun moeder. Voor Doetie is er nooit een omslag geweest: ze heeft het altijd zo gedaan.

Van laborante in Londen naar geitenboerin in Fryslân

Doetie groeide op als boerendochter in Oudega. Al toen ze zes was hield ze twee bruine sikjes, en die melkte ze zelf. Boerin worden zat er niet direct in – zoals zo vaak werd het overnemen van het bedrijf voor haar broer weggelegd – dus ging ze studeren. Ze werd klinisch-chemisch analist en werkte in Londen mee aan kankeronderzoek.

Maar het werk in een ruimte zonder daglicht, met elke dag zakken vol plastic afval, ging haar steeds meer tegenstaan. Tijdens een fietstocht door het drukke, vieze Londen voelde ze vooral één ding: het gemis van de bodem. Ze raakte ervan overtuigd dat de oorsprong van veel ziektes ook zit in hoe we omgaan met de grond waar ons voedsel vandaan komt. Ze wilde terug naar de basis. In 2010 kwam de kans op een boerderij, waar ze klein begon, met zes Toggenburger lammetjes.

“Ik kan een lam nooit zo goed opvoeden als een moedergeit.”

De kudde

Inmiddels houdt Doetie zo’n 70 Toggenburger geiten, uiteraard gehoornd. Het is een Zwitsers ras met een vriendelijk, sober karakter dat goed past bij haar biologisch-dynamische manier van werken. De geiten geven wat minder melk dan de gangbare witte geiten, ongeveer een liter per dier per dag. Maar de melk is voller en romiger. Doetie melkt maar één keer per dag.

De dieren hebben ruim 10 hectare kruidenrijk land tot hun beschikking en lopen daar het hele jaar rond. Ze bepalen zelf waar ze eten, van zachte grassen tot geurige kruiden. Doetie voert geen krachtvoer en ze gebruikt geen kunstmest.

Lammetjes bij de moeder

De geitjes blijven 10 tot 12 weken bij hun moeder, en de kleintjes soms wat langer. Voor de bokjes geldt precies hetzelfde: die krijgen dezelfde tijd en dezelfde zorg. De lammetjes blijven bij hun eigen moeder, al wisselt er weleens wat binnen de kudde, en ze hebben altijd toegang tot elkaar. De geiten worden intussen gewoon één keer per dag gemolken: van de melk die de lammeren overlaten wordt kaas gemaakt.

Het scheiden

Het moment van scheiden gaat abrupt, maar verloopt opvallend rustig. Doetie: “Je hoort de moeders niet, alleen de lammeren”. Moeder en lam kunnen elkaar nog zien; de moeders mogen naar buiten en de lammetjes nog even niet. Tegen die tijd zijn de lammeren al zo zelfstandig dat ze eigenlijk alleen de melk nog willen. Verder redden ze zich prima, het scheiden gaat daardoor bijna vanzelf.

Biest en gezondheid

Bij de biest loopt Doetie wel altijd even door de kudde heen. Als er veel lammeren tegelijk geboren zijn, geeft ze de kleintjes wat extra biest. “Dat moment is belangrijk, je wilt dat ze wat pit, wat vuur meekrijgen.” De eerste weken slapen de lammeren nog binnen. Na een paar weken gaan ze mee de wei in en zie je ze al op het zand en de bodem knabbelen.

Het grootste voordeel zit ’m volgens haar in hoe de dieren opgroeien. “Ik denk dat ze fantastisch opgroeien bij hun moeder; daar kun je zelf niet tegenop.” Belangrijk is dat je ze niet te vroeg weghaalt. Ze gaan pas weg als ze er echt aan toe zijn en goed ander voer eten. Ze leren grazen, ze leren geit zijn, ze bouwen een sterke weerstand op en groeien harder. Het scheelt Doetie bovendien enorm veel werk: geen geklooi met flesjes. De dieren zijn wel wat minder tam, maar dat komt vanzelf goed zodra ze zelf moeder worden.

“Als een dier helemaal in zijn element is, lichamelijk en geestelijk, dan word ik daar blij van.”

De stal

Doetie heeft een potstal met een wat hogere rand; er zit een verdieping in en een hard stuk waar de geiten kunnen spelen. De belangrijkste aanpassing voor het lam-bij-mam-systeem zijn de ruifen, zo gemaakt dat de geitjes er niet doorheen kunnen. Aparte aflammerhokken heeft ze niet: de geiten zoeken zelf een fijne plek uit, in de stal of buiten. De dieren die onderaan de rangorde staan lammeren soms buiten — dat is weleens lastig, want dan moet je ze goed in de gaten houden.

Duurmelken en de ritmes van de geit

Het vervangingspercentage wisselt bij Doetie sterk. Soms doet ze zelfs een heel jaar zonder jongen. Ze probeert het aantal lammeren bewust wat te verminderen, simpelweg omdat mensen niet genoeg geitenvlees eten. Dat betekent dat het bij haar soms anderhalf jaar duurt voordat een geit weer een lam krijgt — duurmelken, dus. “Voor de geit zelf is dat ook niet erg.” Ze gaat daarin mee met de natuurlijke ritmes, gebruikt geen kunstlicht in de stal en probeert er altijd wat langer over te doen. “De drift van een geit is trouwens best sterk, dus dat tegenhouden is nog een kunst op zich.”

De kaas, en wat de klant er (niet) van weet

Doetie verzuivelt alles zelf. Elke ochtend wordt er gemolken, en nog diezelfde dag verandert de melk — warm van het uier — in kaas, in houten vaten en via natuurlijke fermentatie zonder toevoegingen. Haar kazen dragen Friese namen als Lytse Wite, Swarte Toer, Geiteleafde en Grutte Grize, en vinden door het hele land aftrek, tot op de menu’s van sterrenrestaurants. Of je het lam-bij-mam-systeem terugproeft? “Ik denk dat je terugproeft dat je sterke dieren hebt, al weet ik het niet zeker. Het is onderdeel van het hele systeem, en dat hele systeem proef je wel.”

Wat haar klanten precies weten van dat systeem, betwijfelt ze. Op de markt zegt ze er weleens iets over, maar meestal betalen mensen gewoon voor de kaas, misschien met een meerprijs. Ernaar vragen doen mensen eigenlijk nauwelijks. Ze vinden de lammetjes vooral heel schattig — en juist daar wringt het voor Doetie.

“Ja, heel leuk — en dan? Ik vind het zelf helemaal niet zo schattig meer; het is juist een probleem dat opgelost moet worden.”

Dat verhaal van de lammetjes bij de moeder laten zien doet bijna niemand. “Ik zou dat misschien wel wat vaker moeten doen.”

Vergunning, stikstof en de overheid

De stikstof- en vergunningsregels zijn volgens Doetie gemaakt met grote, intensieve bedrijven in het achterhoofd, niet voor een klein bedrijf als het hare, waar de geiten jaarrond buiten lopen op kruidenrijk land dat mogelijk juist stikstof bindt. Waar ze het meest mee geholpen zou zijn? Dat vat ze kort samen: “vooral ruimte en maatwerk voor dit soort bedrijven.”