Egbert ter Veen over lam bij mam
Aan de rand van Groningen, bij Dorkwerd, hebben Egbert en Karolien ter Veen en de kleinschalige Geitenhouderij ter Veen. In een familiekudde blijven de lammetjes – geitjes én bokjes – bij hun moeder. Egbert verzuivelt alle melk zelf en verkoopt zowel de zuivel als het vlees van de bokjes rechtstreeks aan de consument. In het vlees van de bokjes zit voor hem de kern van het verhaal.
De kudde en het bedrijf
Egbert melkt tussen de 60 en 70 geiten, met bijbehorend jongvee, grotendeels aan huis. Dat doet hij sinds 2015. Daarnaast heeft hij schapen, Herefordrunderen, buitenvarkens en scharrelkippen, en teelt hij groente in de moestuin. Het overige vee helpt mee met het onderhoud van de bodem. Alle melk verzuivelt hij zelf tot rauwmelkse producten: geitenkaas met en zonder kruiden, yoghurt, Groninger Grillkaas en halloumi. Hij werkt zo natuurlijk mogelijk, zonder chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest, en de geiten mogen zoveel mogelijk naar buiten, met altijd toegang tot de stal.
Lambokje bij mam
De lammetjes blijven bij Egbert minimaal 10 tot 12 weken bij hun moeder in de familiekudde, en dat geldt nadrukkelijk óók voor de bokjes. De geiten zorgen doorgaans zelf uitstekend voor hun jongen; het belangrijkste is dat de lammetjes voldoende biest binnenkrijgen en goed leren drinken. Soms hebben ze daar een beetje hulp bij nodig, maar meestal redden ze het prima op eigen kracht, en er is nauwelijks sterfte.
“Wie geitenkaas eet, zou eigenlijk ook bokjesvlees moeten eten.”
De bokjes en de kringloop
Na het spenen grazen de bokjes nog zo’n 5 maanden vrij in natuurgebieden rond de stad, op voormalige vloeivelden, waar ze in samenwerking met een lokale onderwijsinstelling de bermen, dijken en een stuk bos helpen beheren. Rond een half jaar tot 7 maanden gaan ze naar een kleine, lokale slachterij, en het bokjesvlees verkoopt Egbert zelf. Voor hem gaan zuivel en vlees altijd hand in hand: als je wilt dat een geit melk geeft, moet ze eerst lammeren, en dan hoort het verhaal van de bokjes daarbij. Door dat vlees ook echt te eten geef je waarde aan het dier; het vlees en de zuivel blijven in de regio, en zo maakt hij de kring rond.
Tegenover de grootschalige geitenhouderij
Bij grote, intensieve bedrijven – soms wel 1.500 dieren – worden de bokjes vaak al op zeer jonge leeftijd geslacht en worden de vrouwelijke lammetjes met kunstmelk grootgebracht. Egberts’ bedrijf is daar het tegenovergestelde van. Hij gelooft dat lam-bij-mam ook op grotere bedrijven haalbaar is: als je met kleine groepen werkt, hoeven niet alle geiten tegelijk te lammeren en houd je genoeg toezicht.
Vergunning en de overheid
De laatste jaren ligt de geitensector onder een vergrootglas. In 2024 dreigde Egberts’ bedrijf feitelijk onmogelijk gemaakt te worden: hij bleek niet de juiste agrarische bestemming te hebben, en de gemeente wilde geitenhouderijen zonder de juiste vergunning terugbrengen tot maximaal 20 dieren — voor hem 40 van zijn 60 geiten. Die plannen kwamen voort uit onderzoek naar een mogelijk verband tussen geitenhouderijen en longontsteking bij omwonenden, maar dat onderzoek gaat over intensieve bedrijven, niet over een klein bedrijf als het zijne waar de geiten vrijwel het hele jaar buiten lopen. Egbert startte een petitie die ruim 1.400 keer werd ondertekend en sprak in bij de gemeenteraad, met als boodschap dat kleinschalige voedselproductie gestimuleerd zou moeten worden in plaats van belemmerd.